Nieuwsbrief 1994 nr. 3

Gekken Go Toernooi Evaluatie voorjaarsladder


 

Gekken Go Toernooi

van een speciale verslaggever

Schijndel. Het is woensdagavond en redelijk warm. André heeft zijn schildersplunje nog aan. Hij heeft vakantie en terwijl André zijn kozijnen nat verft, houdt hij volgens zijn dochter, Suzanne, zichzelf van binnen goed nat met bier. Ik kom met mijn bandrecordertje een interview afnemen, maar dat apparaat werkt niet erg goed (vieze kop?). De recorder van André werkt echter wel goed. Suzanne en Maarten vinden al dat gedoe met dat interview wel interessant.

André, hoe lang ken je het go-spel al?

Ongeveer 15 jaar, want ik heb het spel, een jumbo spel, eens een keer gekocht in de uitverkoop. Ik heb toen een heleboel spelletjes gekocht, waaronder het go-spel. Ik ben namelijk een spelletjesliefhebber. Maar het go-spel heeft jaren bij mij in de kast gelegen, omdat er niemand was om tegen te spelen en ik moest zelf nog de spelregels leren.

Wanneer ben je dan begonnen met spelen?

Ik ben begonnen met spelen een jaar of negen geleden, denk ik, en samen met iemand die het ook niet kon. Wij hebben de spelregels bestudeerd aan de hand van het olifantvormig begeleidingsboekje van het jumbo go-spel en wij zijn aan het spelen gegaan, zoals dat in de boeken staat: in het begin een grens van links naar rechts leggen en dan roepen dat de helft aan jouw kant van jou was. Daarna kregen we in de gaten dat dat ook met kleinere groepjes kon en daar waren dan ook wilde gevechten die om de meest gekke redenen goed of fout gingen.

Maar je speelde dus meteen op een groot bord? Oh, kijk daar is het mooie jumbo spel! (de doos gaat open)

Wij speelden wel op een groot bord, ja. Dat was minder overzichtelijk als een klein bord. Op een gegeven moment ben ik van werkkring gewisseld en toen ben ik tegen de familie Moolenaar aangelopen en tegen Wout ben ik toen gaan spelen en toen ben ik snel wat beter geworden.

Toen heb je het van Wout geleerd? Of kende Wout het toen ook nog niet?

Nou, hij kent het nog steeds niet. Haha!

Oh, je wint van hem?

Soms, heel soms. Nee, Wout is iets beter dan ik. Ik heb veel van hem geleerd en ik noem hem dan ook altijd nog: DE MEESTER.

Wat vind je van de ladder?

Het laddersysteem dat mag ik erg graag; zoals jullie weten ben ik behalve winnaar van het Gekken Go Toernooi ook clubwinnaar snelstijger: 11 uit 11. Dat is al vier jaar geleden, maar die prijs heb ik nooit gehad. Maar veurig jaor heb ik de contributie betaold toen we gingen barbecueën. Ik heb toen iemand zo enen haffel geld gegeven met de mededeling: "Dit is genoeg". Op maandagavond heb ik meestal gasten, dus kan ik nie meedoen, op donderdag moet den uitval het goed maken. Maar ik ben altijd lid geweest en het laddersysteem is een leuk systeem, maar het heeft moeite met de echt snelle stijgers.

Zoals jij er een bent?

Ja, ik ben toen van klasse 38 naar 29 gestruind.

Bestudeer je ook boekjes om sterker te worden?

Nee, ik kopieer wel partijen van de satelliet. Van Go Seigen hebben we 50 partijen met een programmaatje opgehaald en uitgeprint. Op advies van Fons heb ik veel profpartijen na zitten spelen. Ook heb ik van Shusaku uit het boek Invincible veel partijen na zitten spelen. Dan valt me soms op dat die mensen een geweldig overzicht over het bord hebben. Eenmaal zelf achter het bord gezeten haal ik dat niveau niet, maar ik heb natuurlijk niet zoveel bedenktijd als die mensen.
Ik heb nog een keer een joseki cursus gevolgd bij Frank Janssen. Van hem leerde ik: Joseki's motte kenne, nie deur de ge ze uit hoewe kop leert, mar deur de ge snapt. Vervolgens ben ik acuut die joseki's vergeten in de hoop dat ik ze ging snappen, maar van een aantal ken ik de eerste vijf zetten wel. Dat komt omdat ik ze herken uit partijen.

Dan mag je nu iets vertellen over het Gekken Go Toernooi.

Het Gekken Go Toernooi past in de alternatieve avonden van de go-club. Zo waren er deze keer negen deelnemers en één scheidsrechter. Dat was John Schouten, die met erg veel zorg en toewijding heeft geprobeerd scheidsrechter te zijn een ook het spel te leiden. Een extra moelijkheid was dat er een enkel Engels-sprekende deelnemer was (A'kos), waardoor hij het eigenlijk in het Engels zou moeten doen. Maar geheel in de sfeer van de avond gaf dat allemaal zoveel hilariteit, dat hij eerst de regel in het Nederlands vertelde, vervolgens in het Engels en dan kwam hij hem later nog een keer uitleggen in het Nederlands, want zelfs al was hij in het Nederlands, wij begrepen hem niet altijd. A'kos was welwillend en begreep alles. Ondertussen was John behalve spelleider ook deelnemer omdat er een speler tekort was. Dat was bij elkaar een te zware taak.
Wat het spel betreft: we zijn netjes begonnen met go te spelen en al heel erg snel week het af door de ingelaste regels. Van de 200 zetten die een partij duurt waren zo'n 185 normaal te noemen, dus in de lijn van het spel dat we kennen, maar 15 random gekozen zetten waren van allerlei vorm, bijvoorbeeld: doe een zet voor de tegenstander, of: verwijder het 13 bij 13 vierkant opgespannen door de voorgiftpunten, of: nu geldt: je moet slaan als een steen of keten nog maar één vrijheid heeft. Nog een voorbeeld was: je mag een paaltje van drie stenen slaan als er op kop en staart een steen van de andere kleur komt. Dat alles gooit het anders zo evenwichtige spel danig in de war. Maar minstens zo belangrijk en medebepalend was, dat ons gevraagd werd om één stoel naar rechts op te schuiven en zo speel je dus door met de stenen van een ander. Zoals jullie begrijpen, ik heb het altijd al van een ander moeten hebben en zo ook in dit toernooi.

Oh, dus heb je eigenlijk gewonnen omdat een ander het voor jou goed gezet heeft?

Juist, ik had het voordeel om te eindigen waar Melvin verpletterend tegen zijn tegenstander was opgetreden. Daarna was het mij een afmakertje. Nou moet ik wel zeggen: ik heb het ook wel een beetje verdiend. Melvin had zo genoeg gekregen van alle tussendoorzetten, die dacht: "Weet je wat, ik neem zoveel mogelijk stenen van de tegenstander van het bord; wat dan ook de spelregels zijn, het wordt een stuk lastiger voor de tegenstander om invloed te krijgen; achtergebleven gevangen stenen krijgen door al die extra regels een aparte aji (nasmaak), dus wat doe je, die ruim je gewoon op. Je speelt dik zal ik maar zeggen." Dat kregen er meer door tijdens dit spel, en zodoende kwam ik aan een goed gevuld bord. Ik heb zijn speelstijl voortgezet en ben verder gegaan met het opruimen van vijandelijke stenen. De laatste alternatieve zet was: ontruim de tiende lijn van links naar rechts en van onder naar boven en speel verder op vier 9 bij 9 bordjes totdat het afgelopen is. Vervolgens hebben we op die vier bordjes de zaak geconsolideerd. Dat ging erg snel. Het kwam erop neer dat ik twee van de vier bordjes volledig beheerste met alleen maar witte stenen. Één van de twee was half om half (een twee groepen bordje) en op één was wit geheel verdwenen en aangezien er nog stevig gespeeld werd en wij eigenlijk in het normale Go uitgespeeld waren, vulde ik mijn tijd met mooie figuurtjes leggen, dus bijvoorbeeld een heel bord van één ketting, had ik bedacht. Toen werd John zenuwachtig, hij zei: "Dat moet je niet doen, je moet gewoon spelen". Dat was een reden te meer voor mij om vol te houden.

En je hebt toen gewonnen omdat je de langste ketting had?

Mijn tegenstander, dat was Chris Vieveen, en ik hadden allebei de langste ketting. In eerste instantie zijn we dus gelijk geëindigd. De winnaar werd uiteindelijk bepaald na een partij fantoom go op een groot bord (Bij fantoomgo zitten de spelers met de rug naar elkaar; een scheidsrechter vertelt alleen of een zet wel of niet is toegestaan). Dat was verrukkelijk. Mijn tegenstander was mijn leermeester. Wat ik deed was normaal go spelen, maar niet mijn stenen los laten liggen. Als ik met een shimari begon, ging ik daar toch één ketting van maken en zo liet ik op allerlei plaatsen mijn kettingen groeien. Op zich is dat een prima idee: het betere breiwerk. Het was zo dat ik mijn stenen steeds zo verlengde waar ruimte was, op één hoek na; daar lag een paaltje van drie. In een normaal spel heb je dan een hoek van dertig punten minstens, maar dat paaltje verdween ineens van het bord. "Nondeknetter" dacht ik toen; daar schrok ik wel even van. Zoals je weet, ben ik een ontzettende snoodaard en ik heb daar meteen lering uit getrokken. Dat betekent ook dat ik in het latere spel die hele hoek weer teruggenomen heb. Daar schrok Chris toen weer lelijk van. Ik had het toen wel door: je moet met één groep werken. Hij had een enorm vliegveld in het centrum en daar had hij zo her en daar was losse steentjes in staan, en Chris had bedacht: "Hier kan toch geen groep in leven". Bij normaal go is dat ook zo. Maar nu had ik een paaltje van zijn linkeronderhoek naar de rechterbovenhoek gelegd en ik heb toen ergens wat steentjes uitgeslagen waardoor dat paaltje vast kwam te zitten aan mijn levende groep en zijn vliegveld in tweeën was verdeeld en hij echt niets meer overhad. Hij gaf dan ook op, zoals een goed tegenstander betaamt. En zo heb ik via de winst van het fantoomgo de eerste prijs gehaald.

En wat was die prijs?

De prijzen waren origineel. De eerste prijs was de mooiste prijs. Dat was een klomp stenen. De klomp was pas beschilderd door DE MEESTER (Wout Moolenaar dus). Vroeger is die klomp nog van Marijke geweest, een van de jeugdleden. (Trots laat André een mooie gele klomp, gevuld met kiezelstenen zien.) De tweede prijs was een setje kraaltjes met een rijgsnoer, zodat de desbetreffende kon gaan oefenen in het maken van een ketting. De derde prijs was een allesknipper, voor het knippen van kettingen en stenen. Dat waren drie heel leuke prijzen. Omdat de prijzen verzorgd zijn door DE MEESTER en meesters niet altijd even goed begrepen worden, gingen de echte prijzen nog vergezeld van een exemplaar van het tijdschrift Go World.

André, ik dank je voor dit interview.

Daarna hebben wij onder het geknal van vuurwerk - het was misschien de laatste dag van de kermis in Schijndel - en het genot van een pilsje een Go Seigen partij nagespeeld en nog zelf drie partijen gespeeld. Wie de winnaar is blijft geheim, maar André probeert het blauwe diploma wel een keer in een serieuze partij te halen.

 

Evaluatie voorjaarsladder 1994

door Fons Bink

Er zijn 46 ronden gespeeld in de voorjaarsladder van 1994. Totaal zijn er 275 partijen gespeeld. Dat zijn er maar liefst 99 minder dan in het voorjaar van 1993; toen waren er echter vijf ronden meer. De gemiddelde opkomst per avond is dus iets minder dan 12,0 en dat is heel wat minder dan het gemiddelde aantal van 14,7 deelnemers in het voorjaar van 1993. Misschien dat de enquête ons hierover meer aan het licht brengt? Dat we voor onze gastspelers niet erg aardig zijn, is geen fabeltje, zoals blijkt uit het feit dat ze samen maar 4 van de 17 partijen wonnen. (vorige voorjaarsladder 5 uit 19).

De resultaten van deze voorjaarsladder zijn als volgt:

stijgings top-vijf (in klassen) percentage top-vijf (percentage)
Annemarie de Putter 19,8 Leon Canisius  65%
Thomas Kok   7,0 Frank Mannens  62%
Martin Smits   6,3 Annemarie de Putter  61,1%
Leon Canisius   5,1 Armin Boonstra  60,5%
Shui Yeong Yuen   4,8 Frank van Will en Ruud Slomp  60%

De inflatiecorrectie bedraagt 1,0 klasse (dus 1,0 klasse zwakker). Of dat wel of niet terecht is mag je bewijzen op de toernooien waar je aan meedoet! Verder wordt de graad van ieder die een positieve graad heeft of nul gezet. Hierdoor stijgen de snelle klimmers niet meer zo snel. Zoals je weet bepaalt je graad het verschil tussen stijgen en dalen bij winst en verlies. Onder meer door allerlei erfenissen uit vorige ladders hebben Melvin Koppens en Frank van Will een graad van 13 bereikt, waardoor ze zelfs stijgen als ze hun partij verliezen. Dat is dus voorlopig even afgelopen, jongens.

Dat echter wit 152 partijen won en zwart slechts 119 geeft te denken. Blijkbaar weet het kopgroepje van vijf spelers die kyu-knoeiers nog steeds goed op afstand te houden. In dat topgroepje zit inmiddels ook Frank van Will. Als die nou eens wat goede toernooiresultaten haalt, kan hij gepromoveerd worden tot eerste dan. De eerstvolgende die bij het topgroepje zal gaan horen is waarschijnlijk Melvin. Ook de resultaten van Armin en Lex vallen weer op. Armin schoot zes plaatsen door naar boven en Lex vier. Nou Armin, nu je Lex zo ver voorbij bent kun je misschien Melvin nog wel inhalen!

Leon ging trouwens ook zes andere spelers voorbij, maar hij is met zijn 34 gespeelde partijen ook het meest fanatiek. Je moet overigens niet het lef hebben niet te komen opdagen als je tegen Leon opgesteld bent, want hij eist wel zijn winstpunt op! De hardste sprinter op de ladder is Annemarie de Putter. Ze hoort nu definitief bij het peloton. De prijzen gaan dan ook naar Leon en Annemarie. Proficiat!

nr name                   class  +/-  pnts   games   %

 1 Frank Janssen           8.9 ( -0.1)  3  from  7  43
 2 Frank Mannens          13.8 ( -0.6)  8  from 13  62
 3 John Schouten          17.1 ( -1.4) 16  from 31  52
 4 Frank van Will         17.1 ( -2.5) 18  from 30  60
 5 Henk Hollmann          17.5 (  0.0)  0  from  0  --
 6 Melvin Koppens         19.7 ( -2.3) 13  from 24  54
 7 Jan Bernards           22.6 ( -0.8)  7  from 10  70
 8 Ties te Velde          23.3 ( -0.0)  8½ from 17  50
 9 Fons Bink              24.2 ( +0.4)  5  from 14  36
10 Wout Moolenaar         24.6 ( -0.4)  6  from 12  50
11 Henk Draaisma          24.9 (  0.0)  0  from  0  --
12 Aad Droppert           24.9 (  0.0)  0  from  0  --
13 A'kos Szirmai          25.1 ( -0.9) 10  from 19  53
14 Armin Boonstra         25.2 ( -3.1) 11½ from 19  60.5
15 Theo Beelen            25.3 ( -1.0)  6½ from  8  81
16 Tonek Jansen           25.7 ( +0.3)  0  from  2   0
17 Erik Ruigrok           26.3 ( -1.1)  4  from  6  67
18 Lex Schoonen           27.6 ( -1.3) 11  from 26  42
19 Hein Sieben            27.7 ( +0.6)  3½ from 10  35
20 Martin Finke           27.8 ( -0.4)  5  from  9  56
21 Jos Tijbosch           28.0 ( +0.1)  6  from 17  35
22 Edwie Christiaens      28.5 ( +0.2)  1½ from  5  30
23 André vd Hoogenhof     28.9 ( -0.5)  2½ from  4  63
24 Leon Canisius          29.2 ( -5.1) 22  from 34  65
25 Akim Heijdenrijk       29.4 (  0.0)  0  from  0  --
26 René van Breugel       29.5 ( -0.1)  2  from  4  50
27 Ben vd Moosdijk        32.7 ( -0.8) 11  from 19  58
28 Albert Wernsen         33.8 ( -0.1)  6  from 13  46
29 Eric de Putter         34.1 (  0.0)  0  from  0  --
30 Hugo Klerks            34.4 ( -0.8) 12  from 26  46
31 Edmond Lohman          34.6 ( +0.6)  0  from  2   0
32 Vincent Nikkelen       35.6 (  0.0)  0  from  0  --
33 Willem vd Hoek         36.8 ( -1.2)  8  from 19  42
34 Henk Meulendijks       37.0 ( -1.1)  5  from 11  45
35 Chris Vieveen          37.3 ( -2.3)  7  from 12  58
36 Robbert Mahler         37.5 ( -3.0) 14  from 30  47
37 Ruud Slomp             38.5 ( -4.5) 12  from 20  60
38 Martin Smits           39.3 ( -6.3)  7  from 10  70
39 Annemarie de Putter    40.2 (-19.8) 11  from 18  61
40 Tinus Robberscheuten   40.3 ( +2.3)  1  from  6  17
41 Daan Moolenaar         46.4 ( -3.2)  5  from 12  42
42 Jos vd Heijden         47.3 ( +1.1)  0  from  1   0
43 Shui Yeong Yuen        55.2 ( -4.8)  3  from  6  50
44 Thomas Kok             59.0 ( -7.0)  6  from 10  60
45 Paul Weijmans          61.3 (  0.0)  0  from  0  --
46 Geert-Jan v Duijnhoven 71.3 ( +0.3)  2  from 15  13

Total games: 275
White wins : 152
Black wins : 119
Jigos      :   4